40-dagenretraite
40-dagen 2026: Licht dat leven geeft
Steun onsIgnatius vroeg aandacht te hebben voor de ‘tijd’ en de ‘ruimte’ van het gebed. Je bepaalt best op voorhand wanneer en hoelang je wilt bidden. Probeer niet van dat voornemen af te wijken. Kies op voorhand ook waar je bidt, een plek waar je niet gestoord wordt.
Een gebedshoek in je woonplek is een aanrader. Steek er een kaarsje aan, zet er een icoontje neer – wat je hart je ingeeft. Je zal makkelijker contact maken met God.
Bekijk ook de geloofsimpuls en het citaat van deze week.
Schriftwoorden kunnen globaal genomen op twee manieren raken, positief of negatief.
Maakt dit bijbelstukje je blij, gaat er iets open, verrast het je? Of is er weerstand, onbegrip of frustratie? Wees aandachtig hiervoor, noteer het, overweeg wat er gebeurt.
In het gebed ervaar je dat ‘iets anders’ je hart in beweging zet. Met de ogen van het geloof kan je hierin God aan het werk zien.
Bekijk ook de geloofsimpuls en het citaat van deze week.
Je lichaam bidt ook mee. Kies een aangename, makkelijke maar toch ontvankelijke houding. Het helpt om je aandacht te houden.
Bouw een kleine liturgie in: een buiging, een kruisteken… Onbewust krijg je zo een prikkel om te focussen. Het gebed kan nu echt van start gaan.
Neem, vóór je gebedsmoment, de Schrifttekst, de gebedstips, de inputs… al eens door. Als je je gebed plant in de ochtend, kan je dat de avond ervoor al doen. Of in de ochtend, als je ‘s avonds de gewoonte hebt te bidden.
De Geest zal in tussentijd zijn werk gedaan hebben, en het komende gebedsmoment wordt er rijker door.
Bekijk ook de geloofsimpuls en het citaat van deze week.
Relax en wees aandachtig in het gebed. Blijf stilstaan bij die woorden waarin je smaak vindt, of waardoor je geraakt wordt, bij de beelden die de tekst geeft. Doorheen dié woorden wil God je iets zeggen.
Bij een verhaal: kijk in je verbeelding naar de personages – Jezus of anderen – luister naar wat ze zeggen, kijken en nagaan wat ze doen. Eventueel kunnen voorgestelde vragen of punten voor gebed je daarbij helpen.
Bekijk ook de geloofsimpuls en het citaat van deze week.
Je kan bij elk gebedsmoment een genade vragen, iets waar je – voor God – naar verlangt. Die vraag maakt dat het gebed dichtbij je komt. Met je verlangen druk je iets uit van het punt waarop jij staat. Tegelijk is het ook een teken van openheid: je legt het verlangen voor deze gebedstijd in zijn handen. Hij mag er mee doen wat Hij wilt.
Bekijk ook de geloofsimpuls en het citaat van deze week.
Soms kan er in een hele gebedstijd innerlijk gesproken helemaal niets gebeuren. Probeer dan rustig te kijken naar wat er mogelijk aan de hand was. Was je goed voorbereid voor het gebed, of wilde je het eigenlijk gewoon afhaspelen? Leidde iets je af dat van buiten het gebed kwam, een zorg, het werk, uit je omgeving? Lag er iets op je hart? Het kan helpen om dit dan tijdens het gebed expliciet voor God te brengen, en er je gebed van te maken.
Bekijk ook de geloofsimpuls en het citaat van deze week.
Een gebed heeft een begin en een einde. Zoals je de inleidende stappen goed verzorgt, zo verzorg je ook best het slot van het gebedsmoment.
Ignatius raadt bijvoorbeeld aan dat je de stille tijd afsluit met een gesprek van hart tot hart met God of met Jezus, zoals je afscheid neemt van een vriend. Laat de woorden maar vloeien, geholpen door de Geest. Het maakt het verzamelen van de vruchten van deze gebedstijd makkelijker. Afsluiten kan je door het ‘Onze Vader’ te bidden.
Bekijk ook de geloofsimpuls en het citaat van deze week.
Neem na de gebedstijd altijd tijd voor een terugblik. Die terugblik heeft twee kanten, de vorm en de inhoud.
Over de vorm stel je je de vraag: hoe is het gebed verlopen? Heb je gedaan wat je voorgenomen had? Bij de inhoud gaat het over: bij welke woorden bleef je stilstaan? Welke gevoelens gedachten, inzichten kwamen bij je op? Welk gevoel bleef er achteraf hangen? Was dit een moment van echte Godsontmoeting?
Noteer er iets van. Je vruchten herinneren van het gebed voedt het geestelijke leven.
Bekijk ook de geloofsimpuls en het citaat van deze week.