40-dagenretraite
40-dagen 2026: Licht dat leven geeft
Steun onsHoe begin je goed aan een retraite? Wat kun je doen om van deze veertigdagentijd een vruchtbare tijd te maken? Het meest eenvoudige antwoord is: danken. Danken voor al het goede dat je ontvangen hebt, zoals misschien je werk, een talent dat je hebt of een vriendschap die veel voor je betekent. Danken voor de kleine dagelijkse dingen die je vreugde geven: het gefluit van de vogels in het voorjaar, een kind dat speelt op straat, een glimlach van iemand die je tegenkwam tijdens een wandeling. Of gewoon zomaar: voor de schoonheid van het menselijk bestaan.
Maar dat is niet altijd even gemakkelijk. Danken betekent namelijk ook loslaten. Vaak zijn we geneigd om te zeggen: ik wil wel dankbaar zijn, maar dan moet wel eerst dit of dat gebeuren. Dan moet eerst dit probleem opgelost zijn, dan moet ik eerst een andere baan hebben, dan moet eerst deze relatie hersteld zijn, dan moet eerst…
Zomaar te kunnen danken, zonder voorwaarde, vraagt daarom niet alleen om een gevoeligheid voor het al het goede dat je ontvangen hebt. Het vraagt ook om de vrijgevigheid je eigen idealen over wat het danken waard zou zijn los te laten. En het risico te durven nemen je leven in een nieuw licht te laten stellen. Dat is een levenslange oefening en vraagt geduld, aandacht en een beetje moed. Het beste is misschien om maar gewoon te beginnen. Deze retraite wil je daarbij helpen.
Onze verlangens durven we niet altijd naar God toe uit te spreken. Wat als ze niet zuiver zijn? Wat als ze te veel op mijzelf gericht zijn? Wat als ze niet vervuld zullen worden? Kan ik maar niet beter gewoon tevreden zijn?
Jezus daarentegen spoort ons juist aan om wel onze verlangens uit te spreken: ‘Vraag en je zal gegeven worden.’ Hij stelt geen verdere voorwaarden, zelfs niet over hoe we zouden moeten vragen maar zegt simpelweg: ‘Vraag.’ God is immers een liefhebbende Vader die niets liever verlangt dan zijn kinderen gelukkig te maken.
Dat vraagt moed. Moed om mij kwetsbaar op te stellen. Mij niet te schamen voor mijn verlangens. Eerlijk te luisteren naar wat er in mij leeft en Hem daarover te vertellen. Zelfs als ik denk dat hetgeen ik verlang niet goed is. Zelfs als ik denk dat mijn verlangens nooit vervuld zullen worden. Met Jezus’ woorden: ‘Vraag en je zal gegeven worden’ stelt God zelf zich kwetsbaar op. Ze drukken zijn diepste verlangen uit naar mijn vriendschap. Zo geeft Hij zichzelf te kennen door mij te vragen hetzelfde te doen.
‘Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is’. Let vooral op wat Jezus hier niet zegt. Hij zegt niet: ‘Als jullie barmhartig zijn pas dan zal jullie Vader ook barmhartig zijn’ maar eerder: ‘Jullie Vader is al barmhartig voor jullie, en wees als Hij.’ De barmhartigheid waar Jezus hier over spreekt is dus een vrije gave. Geen beloning maar een cadeautje.
Die wordt aan ons gegeven in de persoon van Jezus. Doordat hij spreekt van ‘jullie Vader’ deelt Hij met ons de barmhartigheid van waaruit Hijzelf leeft.
De diepere zin daarvan wordt duidelijk in een vergelijkbaar gedeelte uit het evangelie volgens Johannes. Daar zegt Jezus: ‘Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.’ Jezus’ woorden zijn dus niet bedoeld om te moraliseren, maar om ons gelukkig te maken. Ze zijn zelf een uitdrukking van barmhartigheid.
En dat kan soms schuren, want het is niet altijd gemakkelijk om barmhartig en vergevingsgezind te zijn. In die ervaring komen we onze eigen beperkingen en onvermogen tegen. Maar misschien is het juist daar dat we opnieuw de kans krijgen de grenzeloze diepte van Gods barmhartigheid te peilen. Omdat we daarin ervaren dat Hij ons blijft dragen, ook als we zelf niet meer verder kunnen.
Er wordt veel van ons verwacht. Op ons werk, in onze families, en misschien zelfs in de kerk. Dat we gelukkig zijn, gezond, succesvol, etc. Ben je dat niet dan hoor je er al snel niet bij. Uit angst om uitgesloten te worden zijn we daarom bereid om offers te brengen. Vaak ten koste van anderen en onszelf. Maar Jezus laat zien dat we niet bang hoeven te zijn. Hij trekt rond in Galilea, zit aan tafel met de armen en de zondaars, geneest zieken en klaagt onrecht aan. Zo wil Hij zeggen: God staat niet aan de kant van de overheersers, maar aan de kant van hen die uitgesloten dreigen te worden.
Het hoogtepunt hiervan, en tegelijk het dieptepunt, is het kruis. Als mensen uit angst Jezus willen doden vlucht Hij niet weg. Integendeel, Hij is bereid zelf slachtoffer te worden. En zo beantwoordt Hij angst met liefde.
De opstanding laat zien dat dat niet het einde is: we hoeven niet de ander op te offeren om zelf gered te worden. Nee, net als Jezus kunnen we de plaats innemen van het kleine en het kwetsbare. Zo worden wij zelf, net als Hij, een klein en kwetsbaar offer. En daarmee kiezen we de kant van God.
De heilige Theresia van Lisieux verwoordt het zo: “De enige manier waarop ik mijn liefde kan bewijzen is door bloemen te verstrooien en deze bloemen zijn elk klein offer, elke blik en elk woord, en het doen van de minste daden uit liefde.”