Adventsretraite
Advent 2025: Als uw woord opengaat
Steun ons‘Een christen is iemand die wacht op Christus’, zei J. H. Newman ooit. Dat is zeker waar voor de Adventstijd. In de Advent wachten we niet passief. We leven met een open, luisterend hart – zoals een dorstig land uitziet naar regen.
Verlangen is meer dan een behoefte. Het is geen honger die snel gestild moet worden, maar een innerlijke aantrekking tot zin, waarheid en nabijheid.
Dat wachten is een ‘verlangend uitkijken naar…’ . Niet alleen verlangen naar licht in de duisternis of naar vrede in een verdeelde wereld, maar ook naar een woord. Een woord dat spreekt tot ons hart, dat richting geeft in verwarring, dat hoop geeft.
In een tijd vol ruis en snelle meningen groeit het verlangen naar een woord dat beklijft. In de komende week kunnen we er misschien naar vragen: dat God ons een woord geeft, dat mag beklijven.
Voor gelovigen is Gods woord niet abstract. We geloven dat God zelf ons tegemoet komt, sprekend, tastbaar, levend. Dat woord werd zelfs mens in Jezus. In het kind in de kribbe horen we het Woord dat eeuwig klinkt: “Ik ben bij jullie”.
Advent nodigt ons uit om stil te worden. Om opnieuw te verlangen naar dat ene Woord. Om te vragen: Heer, spreek tot mij. En vertrouw er maar op: als dat verlangen nu in ons verlangen leeft, is God al onderweg.
In ons gebed met de Schrift komen er vele beelden van God en Jezus voorbij. Deze beelden zijn onvermijdelijk beperkt en kunnen nooit de volle werkelijkheid of het mysterie van God vatten. Toch zijn ze waardevol, omdat ze als wegwijzers dienen naar een God die alle taal overstijgt. Via poëtische teksten en verhalen uit de Bijbel komen we in aanraking met levende, sprekende beelden van wie God is.
In het gebed worden deze woorden en beelden tot leven gewekt; we willen ze laten doordringen, ze ‘voelen en smaken’
We willen zo de God ontmoeten die Jezus ons voorhoudt: als een bron van échte vreugde, liefde en leven, altijd bereid tot vergeving. Geloven in zo’n God betekent dan: de moed opbrengen om te aanvaarden dat je aanvaard bent.
God is trouw en kent ieder van ons als uniek. Zijn liefde is overvloedig en beschikbaar zonder voorwaarden. God zoeken betekent misschien vooral: je laten vinden. Daarbij rijst de persoonlijke vraag: wie is God voor mij? Hoe komt Hij naar mij toe?
In de ignatiaanse spiritualiteit is het doel om met deze liefdevolle God te ontdekken, en een echte relatie aan te gaan. Niet abstracte begrippen als ‘almachtig’ of ‘alomtegenwoordig’ staan centraal, maar beelden die de ontmoeting bevorderen: God als herder, vader, bevrijder, trouwe vriend of schepper. Zulke beelden helpen ons om Hem van dichtbij te ervaren en in een persoonlijke band met Hem te treden.
Om echt in relatie te treden met God, is het nodig onze beelden van Hem te zuiveren.
Sommige godsbeelden zijn dor, massief of abstract geworden – ze spreken niet meer tot het hart en sluiten ons af van de levende God. Zulke beelden moeten opengebroken, in evenwicht gebracht of bijgestuurd worden.
Andere beelden leggen onze eigen innerlijke kwetsuren bloot. Bijvoorbeeld: als God als Vader moeilijk te benaderen is, kan dat te maken hebben met onze eigen ervaringen met vaderfiguren.
Beelden van een straffende of jaloerse God kunnen in conflict komen met de liefdevolle God die we willen leren kennen.
Soms zijn Schriftwoorden ook gewoon uitdagend, een krachtige uitnodiging om échter te leven, meer met God verbonden.
De sleutel om al deze Godsbeelden goed te lezen, blijft Jezus Christus. Hij is het gezicht van de onzichtbare God. Door de contemplatie van Jezus’ leven – in zijn woorden, daden en houdingen – krijgen we een zuiverder en levendiger beeld van wie God is. In de evangelies mogen we Jezus leren kennen zoals Hij werkelijk is: bewogen, dienstbaar, vol mededogen en trouw. Hij is het teken van Gods overvloedige liefde.
Als we de Schrift niet enkel lezen, maar ook in gebed beleven, laat Jezus zich aan ons kennen, en leren wij God kennen. Zo kunnen we omgevormd worden: Jezus leeft niet alleen toen, maar ook nu, en Hij nodigt ons uit om op Hem te gaan lijken. Door Hem kunnen we leven in verbondenheid met de Levende God.
Diep gebed maakt een verschil, het heeft impact. Als we dit laten gebeuren kan het ons zelfs tot een teken van God maken, met al onze onvolmaaktheid.
Alles begint met tijd te maken voor gebed: tijd die bewust en expliciet gericht is op God, te midden van een leven dat vaak helemaal horizontaal gericht is. Zoals je bewust tijd vrijmaakt voor je geliefden of je vrienden, moet je ook het gebed inplannen – niet alleen wachten tot het spontaan opkomt.
Toch mag gebed niet louter een ‘tijdsblok’ zijn, een stukje van onze dag. Het moet doorstromen in héél ons leven, zoals zonlicht dat de dag kleurt. Het gebed verfrist en voedt ons met zin, liefde en licht.
En omgekeerd: het leven moet in ons gebed vloeien. Onze zorgen, spanningen, verstrooiingen – alles mogen we bij God brengen. Alleen zo blijft het gebed levend en echt, een spiegel van wie we zijn.
Zo kunnen we, zoals Ignatius van Loyola het verwoordde, meer en meer ‘contemplatief in de actie’ worden. We ervaren Gods aanwezigheid in heel ons leven, midden in de drukte, in het gewone. Hij is er al, zelfs vóór wij iets doen. Zijn aanwezigheid herkennen óók in kleine gebaren, in het verlangen naar liefde en vrede, in het dagelijkse werk. Bidden is dan geen ontsnapping aan de werkelijkheid, maar we willen die werkelijkheid in een ander licht zien – het licht van de Bron zelf.
Zo worden leven en gebed geen gescheiden domeinen, laat staan tegengestelden, maar één beweging van verbondenheid met God.